Palm Bay
Recente reacties
  • Ineke: Haal die er maar gauw af !!
  • Correspondent Buitenland: @Ineke: met een ‘d’. (Geen ‘g’ in ‘t fuck sheep, hè) Of...
  • Ineke: Wat ben je toch onderlegt (of een d)? Riek heeft het nog niet nagekeken! Maar internet is een mooi medium!...
  • Correspondent Buitenland: Heb net eens op de (afgrijselijke) website van Tampat Senang zitten kijken. We moesten dan...
  • Rikie: Ok dan, ik heb gereserveerd voor zondagavond 18.30 uur!!! Staat genoteerd…….

0
Unique
Visitors
Powered By Google Analytics

Top Gun

11 May 2009

In de hit film Top Gun (1986) komt een scene voor, waarbij Tom Cruise, tijdens een -4G duikvlucht, ondersteboven in een F-14 boven een MiG-28 vliegt en aan de vijandelijke piloot z’n middelvinger laat zien, terwijl z’n wapen officier met een polaroid camera een foto van ‘t incident maakt.
Een scene die ‘t goed doet in de bioscoop!
Natuurlijk is er technisch nogal wat mis mee: Om te beginnen wordt er wel druk in de film gesproken over die -4G duikvlucht, maar in de feitelijke scene is er geen sprake van ook maar ‘t minste duikje: er wordt ’straight and level’ gevlogen. Voorts zullen twee vliegtuigen nooit ZO dicht bij elkaar vliegen, zelfs niet bij de Blue Angels of the Thunderbirds: da’s pure zelfmoord. Dan is er de vijandige MiG-28, een vliegtuig dat in diverse films voorkomt, maar niet echt bestaat: er IS geen MiG-28! Het betreffende ‘vijandige’ toestel in Top Gun is een Northrop F-5E Tiger IIs. En tot slot, dat toestel werd, uiteraard, NIET door Tom Cruise gevlogen.
Niettemin heeft er wel degelijk iemand in een F-14 op z’n kop gevlogen en een middelvinger naar een camera opgestoken!

Wiens vinger in die ‘inverted’ Tomcat was dat dan wel?

Dat was de vinger van de nu 49 jarige toen-Navy F-14 vlieger Scott Altman. Dezelfde piloot die ook veel van de overige dogfight scenes vloog.
De producent van de film betaalde $7600 per uur per F-14. En d’r is HEEL wat afgevlogen voor die film. Helaas zijn de meeste van die scenes niet in de film opgenomen:
Zo heeft Scott de beroemde vlucht waarbij ‘Maverick’ de verkeerstoren ‘buzzed’, negen keer mogen doen. Overigens een stunt, die in werkelijkheid onmiddellijk ‘t einde van je carriere zou betekenen (tenzij je ingehuurd bent door Hollywood).

En hoeveel kreeg Scott Altman voor al dat stuntvliegen?
Voor een hele dag werk kreeg hij de royale som van precies $23. Ik weet niet wat Tom Cruise kreeg, maar ik vermoed dat dat in een andere belastingschaal viel.

Vandaag, zo’n 26 jaar later, zag ik weer eens een spectaculaire stuntvlucht, met diezelfde Scott Altman in de hoofdrol.
Een niet geheel ongevaarlijk stunt overigens: sinds de eerste uitvoering ervan op 12 april 1981, zijn er al 14 mensen bij omgekomen.

Maar evengoed was ‘t weer een waar spektakel, toen vandaag om 14:01 uur, de space shuttle Atlantis gelanceerd werd voor een laatste reparatie-vlucht naar de Hubble telescoop.
En dat alles onder de bezielende leiding van Commander Scott Altman, die nu al weer z’n vierde shuttle vlucht maakt. Nu waarschijnlijk meer verdienend dan $23 per dag.

Eén ding staat vast: ongeacht hoe succesvol deze missie ook zal zijn, ook dit keer zal er bij thuiskomst, wederom, GEEN verkeerstoren gebuzzed worden.



Uit Eten [1]

9 May 2009

Komende week onderneemt uw Correspondent Buitenland een transatlantische vlucht voor een 4 daags bezoek aan ‘t Vaderland.
Hij is namelijk ontboden op ‘t hoofdkantoor van victordekeijzer.com.
Wel, “hoofdkantoor” is niet ‘t juiste woord. Hij gaat deelnemen aan zo’n moderne ‘”team-building” bijeenkomst, ergens in een malle strandtent in Scheveningen.
Alwaar hem tevens gratis bier aangeboden gaat worden door de vrouw van Victor de Keijzer van victordekeijzer.com faam.
‘t Gaat blijkbaar goed met victordekeijzer.com. Of met Victor de Keijzer. Of met z’n vrouw.

Maar ik wou ‘t eigenlijk over iets anders hebben!
De zondag volgend op die ongetwijfeld goedbedoelde team-building ervaring ga ik, aangezien ik me toch in Scheveningen bevind, een nostalgisch dagje doorbrengen met enkele van m’n zussen in onze geboortestad Den Haag.

Wij hadden vroeger, heel vroeger, een hulp in de huishouding. Een wat oudere dame: mevrouw van Zon. Op zekere dag werd ons aangekondigd dat mevrouw van Zon, oud Indië-gast, ons een rijsttafel zou bereiden.
Wij wisten toen niet wat dat was, maar begroetten ‘t idee vol jeugdig enthousiasme. Ik zal ongeveer 10 jaar geweest zijn. In mijn herinnering is mevrouw van Zon ongeveer anderhalf jaar bezig geweest met de voorbereidingen. Eieren werden voor 6 maanden in onze tuin begraven, kleine garnaaltjes moesten snot-rottend zijn, voordat ze tot trassi verwerkt konden worden en buren klaagden steen en been over de ondragelijke stank, maar laten we eerlijk zijn, iedereen in ‘t zo Indische Den Haag wist dat Indisch eten MOEST stinken tijdens ‘t bereiden om lekker te kunnen zijn.

Die goeie oude tijd. Tempo doeloe.

Enfin, ‘t leek me derhalve wel een goed idee om dus komende zondag ergens in ‘t Haagsche met m’n zussen te gaan rijsttafelen. ‘k Heb zelfs al een restaurant op ‘t oog: Aan ‘t begin van de Laan van Meerdervoort zat ooit een Indisch restaurant waar ik vroeger vaak langs gewandeld ben: in zo’n groot statig pand, waar de parterre zo ongeveer op hoofdhoogte begint en de daaronder liggende kelder een paar raampjes heeft, die op kniehoogte over straat uitkijken.
In zo’n kelder was de keuken gevestigd van “Tampat Senang”. Ik kan me nog de dampen en geuren herinneren die daar vanuit de immer openstaande kelderraampjes de Laan van Meerdervoort in dreven. ‘t Geheel had iets mysterieus. Stille Kracht – mysterieus.
Ik denk, dat ik er als klein Haags jongetje zelfs wel een beetje bang van was. Iets dat me er blijkbaar altijd onbewust van weerhouden heeft er eens te gaan eten, ondanks dat ik toch ben uitgegroeid tot een waar liefhebber van de Indische keuken.

Een snelle blik op ‘t Internet leerde me zojuist, niet alleen dat Tampat Senang zich al in 1922 in dat pand aan de Laan van Meerdervoort (nummer 6) gevestigd heeft, maar, belangrijker, dat ‘t er nog steeds zit.

Zal ‘t er nu, na ongeveer een halve eeuw, dan toch nog van gaan komen?



Blikschade 1)

6 May 2009

Onvoorstelbaar! Vanmorgen, op weg naar m’n werk, knalt de auto voor me ZOMAAR op de wagen ervoor. ZIE ‘t gebeuren! Zomaar zonder enige duidelijke aanleiding.

Die dingen gebeuren, maar ‘t bijzondere hier is, dat dit nu al de VIERDE keer is dit jaar, dat ik ooggetuige ben van een dergelijk soort ongeval. VIER keer in een jaar! En mei is nog maar pas begonnen. En VIER keer zit ik er met m’n neus bovenop. En alle vier de keren op weg naar m’n werk. En om ‘t nog onwaarschijnlijker te maken: ALLE VIER de keren zat de persoon 2), die het ongeluk veroorzaakte, met één hand aan ‘t stuur en met in de andere hand een mobiele telefoon; tegen ‘t oor gedrukt. Dit verzin ik niet!

Misschien is er toch wel iets voor te zeggen dit ook hier in Florida maar te verbieden.

[Update]

Dit is werkelijk wel heel bizar: waarschijnlijk bedoeld om dit alles nog minder aannemelijk te maken:

Ik kom terug van een wat late, maar heerlijke lunch bij de Thai. ‘t Is redelijk rustig, voor me rijdt een auto en we naderen een stoplicht.

‘t Is rood. Al een poosje. ERG rood. Heb zelden zo’n rood stoplicht gezien.

Ik verminder vaart, maar tot mijn verbazing, de auto voor mij niet. Ik kijk eens beter en denk: “‘t ZAL toch zeker niet WAAR zijn … ?”.

‘t Is WEL waar! De wagen voor me rijdt ongeneerd en zonder af te remmen door ‘t KNAL-rode stoplicht!

En dan: nummer vijf dit jaar! Een van rechts komende pickup truck rijdt vrolijk de (gelukkig onbezette) pasagierskant van m’n voorganger binnen. Kaboem!

Een mobiele telefoon wordt overgeheveld van ‘t linker oor naar ‘t rechter oor.

Beduusd en bedremmeld wordt er uitgestapt, en al doorbabbelend wordt er rond de wagen gewandeld.

Enigszins schaapachtig worden er schouders opgehaald tegen de chauffeur van de pickup truck.

Maar ophangen doet ze niet!

1. Om voor de hand liggende redenen heb ik maar afgezien van de titel “Even Apeldoorn bellen”.
2.Ik gebruik hier het woord ‘persoon’ om te vermijden voor sexist uitgemaakt te worden.



Zomaar een zondag in mei [2]

4 May 2009

Ondanks dat ik absoluut helemaal NIETS heb meegemaakt vandaag, toch maar een deel 2.

De “Tropics” was erg druk. En bovendien bleek ‘t publiek voornamelijk, indien niet uitsluitend, te bestaan uit 90-plussers.
Hetgeen me, tijdens m’n rit naar ‘t volgende etablisement inspireerde tot ‘t volgende gedicht:

Ik heb veel respect
voor oude mensen,
maar me dunkt:
er zijn wel grenzen.

Was ik maar zo kort en bondig in mijn proza!

Enfin, veel tapperijen zijn er niet in Indialantic, dus belandde ik al snel bij Lou’s Blues.
Heb hier fraaie dingen meegemaakt. Grof, eerlijk, rauw vakwerk. Schorre gitaren, droog hakwerk, en buikstuipende bassen. En ruim op volume.
En dat alles uitgevoerd door in zwart leder gekleed langharig tuig dat hier al op z’n minst zestig jaar optreedt.
Maar niet vandaag.
WIE haalt ‘t nu in z’n gekookte hoofd on zo’n kleffe valse country-kreuner in een BLUES club te laten spelen? Op een zondagmiddag? Waarom niet meteen een kerkkoor? Godallemachtig!

Toen dus maar doorgereden naar ‘t noorden. Prachtige dag. Alle publieke BBQ grills en volleyball courts in de diverse parken aan Satellite Beach waren over-bezet. De stranden waren vol, ‘t krioelde en gonzde van uiterst schaars geklede en goed geoliede jonge lijven. De zomer is hier in alle heftigheid losgebarsten.
‘t Is merkwaardig: mensen die thuis liever zouden doodvallen dan zich in hun degelijke ondergoed buitenshuis te begeven, lopen hier onbevangen te winkelen in wat ik schat op minder dan een half onsje katoen.
Op zich heb ik daar niets tegen, maar daar zou een bij de wet vastgelegde leeftijdsgrens voor moeten zijn; boven de 80: Uhm.. NEE!

In Cocoa Beach ben ik even gestopt bij de 24 uur per dag open zijnde, naar eigen zeggen wereldberoemde, surf-zaak Ron Jon, om daar een ‘Old Guys Rule’ T-shirt aan te schaffen, iets dat ik al een poosje van plan was.
Want laten we wel wezen: Old Guys Rule!

In Cocoa toen uiteindelijk bij Captain J’s naar ‘t dakterras geklommen, met uitzicht over ‘t strand en de oceaan. Lekker een Coronaatje drinken en onderwijl genietend van ‘t fraaie uitzicht.
Althans, dat was ‘t plan.
‘t Was stervens druk. Nog net een plaatsje in een hoekje kunnen vinden, waar ik vervolgens geruime tijd door ‘t wazig en warrig rondsjokkende teenager personeel genegeerd werd.
‘t was HEET. Bedrukkend heet. En vochtig.
D’r speelde een bandje, waarvan niet goed viel uit te maken of ‘t nu een Balinees gamelan-orkestje moest voorstellen of een roestige steel-band uit Jamaica. Lamlendigheid troef.
Luid was ‘t allemaal wel. Alsmede bijzonder irritant.
En opeens werd ik me gewaar van alle andere nors voor zich uit starende terrasbezoekers. Zwijgende kwaaie koppen en een enkel dreinend kind. Dit was NIET echt wat ik me voorgesteld had van m’n uitje.

Opeens realiseerde ik me wat ik wou!

En derhalve zit ik nu hier: onder de zacht wuivende palmbomen, bouganville en geurende kamperfoelie, in een fluwelen schaduw, en heerlijk aan ‘t strakblauwe en kristalheldere water, met op de achtergrond een heerlijk zeurende blues balade, gespeeld door een mij onbekende pianist. Zowel de Corona (met lime) als het ruime glas Chardonay zijn koel en binnen handbereik. Ik geniet van de rust, de kalme wind, ‘t sereen kabbelende fonteintje en de vreedzaamheid die me omringt.
Slechts de bediening hier laat ietsje te wensen over.
Maar ook dat zal volgende week weer helemaal in orde zijn.
Ik knipoog vriendelijk terug naar de twee, mij aanstarende, hongerige katten.



Zomaar een zondag in mei [1]

3 May 2009

‘t Is half twee ’s middags en ik heb toch maar besloten op te staan.
De “Tropics”, een naburige tapperij op een steenworp afstand van de oceaan, gaat namelijk over een half uur open en ik zie ze niet graag beginnen zonder mij.
‘t Is een schitterende, zonnige en warme dag, dus dat wordt weer genieten van diverse fraaie uitzichten!
Ik ben nu eenmaal een natuurmens.

Op weg naar de douche breek ik bijna m’n nek over een daarvoor speciaal opgestelde hongerige kat, waarbij m’n val enigszins gebroken wordt door een andere hongerige kat, hetgeen me een bloederige haal in de buikstreek oplevert. ZAL ik wel opstaan?

Ter verdediging van dat wat late tijdstip om op te staan, kan ik aanvoeren, dat ik al om 5 uur op was.
De vrouw van de Correspondent Buitenland, zelf een begenadigd schrijfster, is mamelijk uitgenodigd wat spreekbeurten te houden tijdens een week-lange conferentie in Altanta.
Waarom ze, overigens, schrijvers uitnodigen om te spreken, weet ik niet. Je nodigt toch ook geen sprekers uit om te schrijven?
Enfin, aangezien ze daar vanavond om acht uur de openingsceremonie moet bijwonen, had ze de anderhalf uur durende vlucht geboekt voor 7 uur ’s ochtends. Zo’n vliegtuig zou maar eens verdwalen, niet?
Derhalve werd ik midden in de nacht wreed wakkergeschud om m’n vrouw naar ‘t vliegveld in ‘t naburige Melbourne te vervoeren.
Omdat ik om 5 uur ’s ochtends nog niet helemaal op m’n best ben, hebben we gisteravond al degelijk afscheid genomen. Een samenzijn dat aandachtig, doch ook met gepaste afschuw, werd geobservereerd door twee hongerige katten.

Een gezellige avond wel. gisteren: eens goed wezen eten van ‘t geld, dat we zojuist bij de plaatselijk renbaan hadden geincasseerd: een uurtje eerder was de Kentucky Derby verreden.
Elk jaar maakt mijn vrouw, geboren en getogen in Kentucky, daar een hele gebeurtenis van, waarbij ze al weken van te voren alle obscure renpaardblaadjes uitpluist teneinde de winnaar te bepalen.
En daar dan vervolgens ook flink op wedt.

Zelf heb ik van renpaarden geen kaas gegeten, maar heb dit jaar dan toch maar eens, achteloos, $10 ingezet op een knol met de wat bizarre naam “Mine That Bird”.
Hetgeen me heel wat rollende ogen, afkeurende blikken en gezucht opleverde: de meeste paarden die in de Kentucky Derby meedoen kosten over ‘t miljoen en worden met speciale jets ingevlogen. Deze knol had de volslagen onbekende eigenaar nog geen tien duizend dollar gekost, en hij had ‘m zelf in een trailer helemaal vanuit New Mexico naar Kentucky gereden. Dat alles tot uitdrukking gebracht in de onwaarschijnlijk slechte “odds” voor dat paard: 50:1. Da’s $10 weggooien, vond mijn vrouw, nog nastomend over ‘t feit dat zoiets zomaar in DE Kentucky Derby kon meedoen.

Na het incasseren van mijn ongeveer $500 hebben we ‘t verder niet meer over de race gehad. Of dat nu kwam door mijn diepe inzicht in de edele sport van het paardenrennen, of door ‘t feit dat mijn vrouw d’r favoriet “Friesan Fire” als 18e van de 19 paarden over de streep ging, ofwel mijn flauwe grap daarover (tijdens een overzicht shot van het na de race leeglopende “Churchill Downs”, mij, wijzend op de baan, roepend “hee, is dat Friesan Fire niet, die daar nog aan ‘t wandelen is?”), ik weet ‘t niet.

Maar goed, de aanhef vermeldt dat dit over een zondag moet gaan en niet over een zaterdag. Bovendien ben ik al wat laat voor de “Tropics” en moeten blogbijdragen niet te lang zijn.
Mocht ik verder nog iets meemaken vandaag, dan volgt er nog wel een “Zomaar een zondag in mei [2]“.



Epiphany

11 April 2009

“Epiphany” is een Engels woord en verwijst naar de Christelijke feestdag die normaliter op 6 januari gevierd wordt en in het Nederlands wordt aangeduidt met “Drie Koningen”, een gebeurtenis deel uitmakend van één van de twee totaal verschillende Kerstverhalen die het Nieuwe Testament ons biedt. Op zich is dit laatste een interessante observatie, maar ‘t is nu Pasen en niet Kerstmis, dus DAT was niet de “Epiphany” die de Correspondent Buitenland hier wilde aanhalen.

Nee, wat de Correspondent Buitenland onderging was die andere betekenis van ‘t Engelse woord “epiphany”.

En wel toen hij het stukje “DUIMZUIGEN” las van de in Enkhuizen wereldberoemde Nederlands-Rotterdamse schrijver Victor de Keijzer, met wiens oudste zus de Correspondent Buitenland ooit nog eens enige weken, uiteraard in het Buitenland, in dezelfde klas heeft gezeten, een omstandigheid die doet vermoeden dat de Correspondent Buitenland die jongere broer dan wel zou tutoyeren, echter hij doet dit, om overigens geheel onduidelijke redenen, niet.

Deze “epiphany”, dan, betrof de recentelijke klacht van de vrouw van de Correspondent Buitenland, dat ie haar nooit serieus nam, hetgeen ie afgedaan had met de opmerking dat ie nu eenmaal een vrolijk en ludiek type was.

“DUIMZUIGEN” bracht hem op andere gedachten.

Morgen!

Onder de douche!